Rummelpottlaufen

Verdrijf de boze geesten op oudejaarsavond

Rummel, rummel, ruttje,
Kriech ik noch en Futtje?
Kriech ik een, blev ik stohn,
Kriech ik twee, so will ik gohn.
Kriech ik dree, so wünsch ik
Glück, dat de Osche mit de
Posche dür de Schosteen flüch.
Dat ole Johr, dat nie Johr,
sind de Futtjes noch nicht gor,
pros Niejohr, pros Niejo
hr!

Dit is een van de versje die elk jaar op Oudejaarsavond aan de Waddenkust en op de -eilanden van Schleeswijk-Holstein (D) worden gezongen. De kleine kinderen zijn kleurrijk en flitsend uitgedost en hebben een pot, tas of mand bij zich.

Ze gaan in groepen van huis tot huis en zingen verschillende liedjes en krijgen dan als dank snoep, fruit of geld. Het heeft veel weg van ons Sint-Maarten op 11 november.Als afscheidsgroet zeggen ze dan: Frohet Neejohr. Schiet op ole Johr” 

De naam komt uit het Nederduits en verwijst, lang geleden, naar een pot, die was bedekt met een varkensblaas waarmee je lawaai maakte met een riet. In de nachten tussen Kerstmis en Nieuwjaar moeten de boze geesten worden verdreven, zodat ze niet mee het nieuwe jaar ingaan.

Vroeger was men ervan overtuigd dat de wereld van de geesten open was in deze nachten. Tegenwoordig denken de kinderen meer aan hun opbrengst. De traditie van Rummelpottlaufen dateert uit de 17e eeuw en ik las dat het overgewaaid is uit Holland. Nu hebben we op de Nederlandse waddeneilanden iets soortgelijks maar dat is altijd in de eerste helft van December. De datum, naam en gebruik verschilt per eiland.

Op een later uur lopen de volwassenen onherkenbaar vermomd door het dorp. De bewoners van de bezochte huizen proberen dan koortsachtig te raden wie er voor hen staat en dat geeft vaak veel plezier. Aan het einde krijgen de kermislopers meestal een glas jenever in plaats van iets zoets. 

Rummelpottlaufen is een traditie met veel namen. Op het eiland Amrum heet het Hulken en op Föhr Kenkner.

Hier link van een filmpje over Rummelpottlaufen op Youtube.

Rummelpott

Fru, maak de Dör op!
De Rummelpott will rin.
Daar kümmt een Schipp ut Holland.
Dat hett keen goden Wind.
Schipper, wulltst du wieken!
Feermann, wulltst du strieken!
Sett dat Seil op de Topp
un geevt mi wat in’n Rummelpott!