Sage van Knechtsand

De wraak van een dooie.

Ms Dunja ligt sinds 17 februari op de zandbank Knechtsand en lost daar langzaam op.
Ms Dunja ligt sinds 17 februari op de zandbank Knechtsand en lost daar langzaam op.

Tijdens een bijzonder strenge winter, raakte een kleine zeilboot met drie bemanningsleden op drift in de delta van de Weser. Het schip strandde uiteindelijk op de zandbank die nu Knechtsand heet. Daar de bemanning hun uitrusting niet op orde had, hoopten ze dat het weer spoedig zou omslaan, zodat het schip uit zijn benarde positie los zou komen

Maar helaas, het begon steeds strenger te vriezen, en steeds meer ijsschotsen begonnen het schip in hun macht te krijgen. Al snel raakten ze door hun proviand heen. De drie mannen begonnen honger te lijden en om niet van ellende om te komen besloten ze dat twee man naar de kust zouden gaan nu het water nog redelijk open was..

Zo vertrokken twee van de drie bemanningsleden met de bijboot, een kleine roeiboot, richting kust. De scheepsknecht bleef alleen achter. Toen de beide mannen na een zware inspannende en gevaarlijke tocht eindelijk bij de dijk aankwamen, was het donker geworden. Gelukkig zagen ze achter de dijk een huis staan waar nog licht brandde.

Ze togen ernaartoe. Toen ze bij het raam kwamen, van waaruit het licht scheen, zagen ze een oude man aan een tafel zitten. Hij telde zijn geld, biljet na biljet gleed door zijn vingers. Tenslotte deed hij het geld in een kistje, borg het onderin de linnenkast op en deed het licht uit.

Met een gierige blik hadden de beide mannen het gebeuren gadegeslagen. Ze zagen hier hun kans schoon om in een klap in het bezit te komen van een grote som geld. Na een tijdje wachten braken ze in door de gammele achterdeur van het huis te forceren.

Maar de eigenaar werd wakker en verweerde zich hevig. Er volgde een kort maar oneerlijk gevecht tussen hem en de inbrekers, die eindigde doordat de inbrekers de eigenaar overmeesterden en neersloegen. 

Ze hadden nu wel heel veel geld, maar nog steeds niets te eten. Na een kort overleg besloten ze hun slachtoffer te slachten en met zijn vlees hun honger te stillen. En zowaar zetten zij hun plan in daden om. Ze deden de in stukken gesneden eigenaar in een mand en gingen met hem en het geld terug naar het schip.

Daar aangekomen vertelden ze de scheepsknecht wat er gebeurd was en verorberden toen gezamenlijk hun lugubere maal.

Na enige dagen dwong de honger de heren opnieuw naar de kust om te kijken of ze er eten konden bemachtigen. De tocht ging nu over het dichtgevroren wad, want het was alleen maar strenger gaan vriezen. Ze waren al op de terugweg, toen ze overvallen werden door dichte mist. Ze verloren hierdoor hun oriëntatie en verdwaalden in de onmetelijkheid van het wad.

Maar het kon nog erger. Uit de mistflarden verscheen, duidelijk herkenbaar, de gestalte van de vermoorde oude man. Dreigend stond hij voor de beide kerels, die daardoor zo bang werden, dat ze bijna buiten zinnen raakten. Ze renden weg en dwaalden nog een tijdlang rond, tot ze door de zee opgeslokt werden en een erbarmelijke dood stierven.

Aan boord bij de scheepsknecht verging het niet veel beter. De lange afwezigheid van de twee metgezellen had hem al behoorlijk op de proef gesteld. Opeens had hij het gevoel dat er iemand het schip opklauterde. Toen hij ging kijken stond hij oog in oog, met de levensgrote gestalte van de oude man, die even tevoren aan de twee andere bemanningsleden verschenen was. 

“Heb jij mijn lever en mijn long, mijn hart en mijn tong?” brulde hij met holle stem. De knecht kon niet antwoorden, zijn knieën beefden, het zweet druppelde van zijn voorhoofd. Maar toen de vermoorde man dezelfde vraag opnieuw schreeuwde, raapte hij gauw al het geld op dat hij te pakken kon krijgen en probeerde over het ijs te vluchten.

Maar ver zou hij niet komen. Hij was nog nieteens halverwege de dijk, toen de ijsschots waarop hij sprong brak en hij tussen de schotsen verdween. Zo nam de vermoorde oude man wraak op zijn belagers.

Omdat de knecht zijn leven liet op de slikken waar ze waren gestrand heten die heden ten dage nog steeds Knechtsand.

De basis van deze sage heb ik ergens gevonden op het web. Helaas niet kunnen vinden wie de auteur is geweest.